FIFO is verplicht. Maar welke FIFO? 4 fouten die je aangifte ondergraven.

Vanaf 2026 is FIFO verplicht voor cryptomeerwaarden. Maar transfers, wraps, staking rewards en de step-up basis zorgen voor vier concrete fouten die je belastbare basis vertekenen.

FIFO is verplicht. Maar welke FIFO? 4 fouten die je aangifte ondergraven.

Vanaf 2026 is FIFO de enige toegestane methode om je cryptomeerwaarden te berekenen. De wetgever is daar duidelijk over. Wat de wetgever niet duidelijk maakt, is hoe je FIFO precies toepast wanneer je crypto verspreid zit over exchanges, wallets en ketens. Het gevolg: vier concrete fouten die in de praktijk breed gemaakt worden, en die je belastbare basis aanzienlijk kunnen vertekenen.

Fout 1: Je lotgeschiedenis begint opnieuw na elke transfer

Je koopt ETH op Kraken in 2022. In 2025 zet je die ETH over naar je MetaMask. In 2026 verkoop je.

Wie manueel bijhoudt, boekt de aankomst op MetaMask vaak als een nieuwe aankoop aan de marktprijs van dat moment. Fout. Een transfer tussen je eigen wallets of exchanges is geen belastbare vervreemding. De wet is daar expliciet over: enkel een "overdracht ten bezwarende titel" triggert de belasting. Je eigen ETH verplaatsen doet dat niet.

Het originele lot uit 2022 blijft intact. Kostprijs, aankoopdatum, alles. Wie de aankomst op MetaMask als nieuwe aankoop boekt, gooit zijn FIFO-rij in de war: de werkelijke kostprijs uit 2022 verdwijnt, en bij de echte verkoop wordt een foutieve basis gebruikt. Je betaalt dan belasting op een winst die je nooit hebt gerealiseerd.

De oplossing vereist discipline: elke transfer moet als dusdanig geïdentificeerd worden. De kostprijs blijft gekoppeld aan het lot, ongeacht waar dat lot naartoe verplaatst wordt.

Fout 2: Wraps en bridges zijn geen verkoop

ETH omzetten naar WETH. ETH bridgen van Ethereum naar Base. stETH wrappen naar wstETH. In veel tools worden dit belastbare events. Naar onze interpretatie zijn dat continuïteitsgebeurtenissen: je draagt niet over ten bezwarende titel, je verandert enkel de technische vorm of keten van hetzelfde onderliggende bezit. (Let op: er bestaat nog geen officiële Belgische richtlijn specifiek over wraps en bridges. Dit is de meest logische fiscale interpretatie, maar geen wettelijke zekerheid.)

De kostprijs en de aankoopdag van het originele lot blijven doorlopen. Een tool die een bridge of wrap als verkoop boekt, creëert een fictieve meerwaarde die niet belastbaar is. Tegelijk verdwijnt de originele aankoopprijs uit de berekening, waardoor bij de echte verkoop een verkeerde kostprijs wordt gebruikt. Tweemaal fout.

Fout 3: Staking rewards zijn gratis crypto zonder fiscale kostprijs

Elke staking reward die je ontvangt, is op het moment van ontvangst al belastbaar als roerend inkomen. In de meeste gevallen aan 30%. Die marktwaarde op het ontvangstmoment is precies de fiscale kostprijs van dat lot.

Dat heeft twee gevolgen die de meesten over het hoofd zien.

Ten eerste is elke reward een apart lot. Wie honderd kleine ETH-rewards heeft ontvangen in 2024 en 2025, heeft honderd aparte lots met elk hun eigen datum en kostprijs, die chronologisch vermengen met de aankooplots in de FIFO-rij.

Ten tweede betaal je bij de latere verkoop van die rewards enkel 10% op de meerwaarde boven de al belaste waarde. Je wordt niet dubbel belast, maar je moet die scheiding wel correct bijhouden. Geen enkel spreadsheet doet dat automatisch correct.

Fout 4: De peildatum van 31 december 2025 beschermt je altijd

De meeste beleggers begrijpen de step-up basis als een beschermingsmechanisme: winst opgebouwd voor 2026 is vrijgesteld, en de marktwaarde op 31 december 2025 wordt de nieuwe kostprijs. Klopt, maar de interactie met FIFO zorgt voor subtiliteiten die weinig mensen doorhebben.

Pre-2026 lots zijn de oudste lots. FIFO verkoopt de oudste lots eerst. Dat betekent dat je in 2026 automatisch je step-up lots verkoopt als eerste. Afhankelijk van de prijsevolutie na 1 januari kan dat een onverwachte meerwaarde of minderwaarde opleveren ten opzichte van de snapshot.

Er is ook een minder bekende uitzondering: wie crypto op 31 december 2025 hield die op dat moment lager stond dan de originele aankoopprijs, mag tot 2030 de originele aankoopprijs als kostprijs gebruiken. In dat geval wordt de step-up niet de marktwaarde van de snapshot, maar het gemiddelde van de originele aankoopprijzen. Wie dat niet weet, laat een wettelijke bescherming onbenut.